Vertegenwoordigerschap II

Gepubliceerd op 24 juni 2017 om 11:39

Goed vertegenwoordigerschap: informatie delen

Het zijn van een goed vertegenwoordiger is een wettelijke plicht neergelegd in 7:465 lid 5 van de Wgbo. Dit brengt met zich mee dat de vertegenwoordiger de patiënt zo veel mogelijk moet blijven betrekken bij het nemen van beslissingen. Daartegenover staat dat de vertegenwoordiger voor het uitoefenen van zijn taak onder meer inzagerecht heeft in het medisch dossier.

Het is een verantwoordelijke positie waartoe ook het verstrekken van informatie aan familieleden behoort. Dit is geen expliciete wettelijke verplichting, maar kan indirect uit het goed vertegenwoordigerschap worden afgeleid. Ter verduidelijking het volgende voorbeeld. Een hulpverlener heeft een medisch beroepsgeheim. Dit betekent dat hij medische informatie van de patiënt enkel mag verstrekken aan de vertegenwoordiger. Het kan gebeuren dat de vertegenwoordiger bepaalde relevante informatie niet of niet tijdig aan zijn familie doorgeeft. Dit kan een patiënt schaden op het moment de familie tijdens bezoek etenswaren voor de patiënt meeneemt terwijl deze ze eigenlijk niet mag hebben gezien zijn aandoening of medicatie die wordt gebruikt.

Verder is het verstrekken van bepaalde informatie door de vertegenwoordiger passend vanuit de gedachte dat de vertegenwoordiger daarmee ook een vorm van morele steun kan bieden voor familieleden en naasten dicht om de patiënt heen. En ook is het redelijk, op grond van goed vertegenwoordigerschap, dat de vertegenwoordiger bij het nemen van goede besluiten soms om de mening van familieleden kan vragen die de patiënt goed kennen. Wat dan met zich meebrengt dat zij vooraf geïnformeerd moeten zijn.

Mocht de vertegenwoordiger weinig of geen informatie delen of spelen er andere zaken waardoor de hulpverlener gaat twijfelen aan de belangenbehartiging door de vertegenwoordiger dan moet deze hierop actie ondernemen. Dit brengt het principe van goed hulpverlenerschap in de Wgbo met zich mee. De wet staat het toe dat de hulpverlener een beslissing van een vertegenwoordiger over de behandeling kan passeren als deze niet verenigbaar is met het goed hulpverlenerschap, maar de hulpverlener mag zich hier slechts bij uitzondering op beroepen. De hulpverlener zal alert moeten blijven op de rol van de vertegenwoordiger en daarom bij twijfel zaken tijdig bespreekbaar maken.  

Voorlichting en communicatie

Een voorlichtend gesprek tussen hulpverlener, patiënt en familie voorafgaand aan de behandeling is dus erg belangrijk. De hulpverlener legt uit wat het met zich mee brengt om vertegenwoordiger te zijn; dat het niet kan worden beschouwd als een lichtvaardige taak. Op grond daarvan kan de familie in gezamenlijkheid met de hulpverlener bespreken wie het meest geschikt is voor deze taak. De uiteindelijke keuze ligt, zoals eerder gezegd, bij de hulpverlener.  

Ook na aanstelling van een vertegenwoordiger blijft goede communicatie tussen hulpverlener en vertegenwoordiger essentieel. Een gesprek hoeft zich niet te beperken tot het al dan niet behandelen van de patiënt op het betreffende moment, maar kan ook worden beschouwd als een sparringsmoment, een intervisie tussen hulpverlener en vertegenwoordiger. Hoe vinden partijen dat het gaat? Zijn er verbeterpunten? En ook dit is in het belang van de patiënt. Een procedure vertegenwoordigerschap binnen een zorginstelling draagt hieraan bij. Deze beschrijft op welk moment het onderwerp aan de orde dient te komen en welke personen daarbij betrokken moeten worden en kent als doel een zorgvuldige besluitvorming rond vertegenwoordiging.

 

Met dank aan Nico Heinsbroek. Voor meer informatie over vertegenwoordiging: www.goedvertegenwoordigd.nl


«   »